De Wittenbergtape
Beate Oestreicher, Helly Oestreicher en Maria Goudsblom-Oestreicher
Voorwoord Helly Oestreicher
Nawoord en ontwerp Martien Frijns
In 1989 viel de Muur. Vier jaar later besluiten Felix' dochters Beate, Maria en Helly achter het voormalige IJzeren Gordijn op zoek te gaan naar het graf van hun ouders. Hiervoor moeten ze naar Tröbitz, een dorp in de deelstaat Brandenburg in Duitsland. Hun ouders zijn er in mei en juni 1945 aan de gevolgen van vlektyfus overleden. In de stad Wittenberg vinden ze een klein pension, gebruiken er een eenvoudige maaltijd en brengen er de nacht door.
Helly, die niet zoals haar zussen in het kamp Bergen-Belsen maar in de onderduik de oorlog heeft overleefd, wil Tröbitz nu wel eens met eigen ogen zien om zich er een voorstelling van te maken hoe haar ouders en zussen direct na hun bevrijding hebben geleefd. Ze heeft een cassetterecorder en een leeg casettebandje bij zich.
Aan tafel vertellen de twee kampoverlevenden – bijna-zestigers maar in 1945 meisjes van tien en negen jaar oud – over het kamp, het dorp en de trein die hen naar Nederland terugbracht. Elke vraag van Helly levert meer dan een antwoord op. Ieder antwoord mondt uit in een woordenvloed vol onzekerheden en verrassende details.
De Wittenbergtape is een zo exact mogelijke weergave van dit uitzonderlijke gesprek. In een voor- en nawoord worden Beate, Maria en Helly Oestreicher nader aan de lezer voorgesteld.
Fragment uit de lezing 'Bij de doop van De Wittenbergtape' van Ton Naaijkens tijdens de boekpresentatie
(Donderdag 6 maart in boekhandel Het Martyrium)
Er zijn tal van geleerde boeken geschreven over herinneren, buitengewoon interessante, door wetenschappers zoals Douwe Draaisma bijvoorbeeld in ons land. Ik lees daar graag over om in verbazing te vallen over wat het geheugen allemaal vermag. Maar er was een dichter nodig om het op z’n pregnantst en pakkendst te zeggen. In een vrij recente column [die me raakte, 11 februari 2025] schrijft Marjoleine de Vos over haar moeder en zichzelf en maakt ze gebruik van een gedicht van Jorge Luis Borges dat ‘All your yesterdays’ heet. Dat is ook de titel van haar column, al staat er een mooiere – wat mij betreft mooiere – titel in: 'al die vroegere zelven'. Het gaat over praten hoe het vroeger was, over eerdere verschijningen als kind, geliefde, kampeerder etc. En over de kleren die je dan droeg: zomerjurk, cirkelrok, mantelpakje. Al die vroegere zelven droegen vroegere kleren, al die vroegere zelven zitten in de zelven die terugblikken, en in die vroegere zelven – voegt Borges toe – zitten ook diegenen die zijn heengegaan. Ik las de woorden van Marjoleine de Vos op hetzelfde moment dat ik De Wittenbergtape las – en er ging een schok van herkenning door me heen. Al was het alleen al vanwege een terugkerend thema in deze tape, namelijk wat ze toen aanhadden – ‘die jas’, capejes, rubberen capejes ‘geruite rubberen capejes’, ‘dat gympakkie’… Typerend is deze dialoog:
Nee, ik had een cape. Jij had dat lichtblauwe, wollige...
Nee, dat had jij!
Jij ook.
Nee, ik had dat korte jasje.
Zijn het onschuldige herinneringen? Oppervlakkige? Ik denk het niet, het zijn essentiële herinneringen, want het gaat om de omhulling van een vroeger zelf, en dus om dat zelf en hoe het zelf was. Om de onthulling van identiteit. Dat is het eigenlijke doel van de reis:
schrijft Helly Oestreicher in haar voorwoord. Het is van onschatbaar belang dat deze gesprekken gepubliceerd worden – en dat we die mogen lezen. Je kunt zeggen dat het privé is, een inkijkje in een zekere, andermans familiegeschiedenis, maar de tape, het hele drieluik, overstijgt de standaard geschiedschrijving.

De omslagfoto’s zijn gemaakt op Duisburg Hauptbahnhof (22 juni 1945) tijdens de terugreis van Beate en Maria naar Nederland in een Rode Kruistrein. Op de foto op het voorplat zitten ze in de deuropening van de treinwagon, links Beate en rechts Maria, met tussen hen in Hannie Wolf. De foto op het achterplat toont de drukte op het perron van terugkeerders die wachten tot ze kunnen instappen. (Fotograaf onbekend.)